09 January 2018

10 controlepunten voor een brandwerende binnendeur

Het toepassen van brandwerende deuren is een precies werkje. Niet alleen de deur zelf, maar de gehele deur/kozijncombinatie, inclusief toebehoren en bewerkingen moeten aan de strenge eisen van het Bouwbesluit voldoen. Maar wat zijn die eisen dan precies? In dit blogartikel geef ik 10 controlepunten voor een brandwerende deur. Handig bij het controleren van branddeuren in bestaande bouw, maar ook bij het toepassen van brandwerende deuren in nieuwbouwprojecten. 

 

1. Afmetingen

Je mag niet zomaar een deur/kozijncombinatie toepassen die groter is dan de afmetingen die zijn getest in de brandproef. Dit mag alleen als tijdens de test een overwaarde is behaald in aantal minuten brandwerendheid. Bij een 30 minuten test moet de minimale overwaarde 6 minuten zijn en bij een 60 minuten test is de minimaal vereiste overwaarde 8 minuten. Als de vereiste overwaarde is behaald, mogen de breedte en hoogte van de deur maximaal 15% worden vergroot ten opzichte van de geteste deurmaten. In het geval van een draaideur mag het deuroppervlak in totaal niet meer dan 20% groter zijn dan de oorspronkelijke afmetingen. Een schuifdeur mag tot 50% vergroot worden.


2. Zelfsluitend

Het Bouwbesluit stelt verplicht dat brandwerende binnendeuren in de utiliteitsbouw zelfsluitend zijn. Meestal wordt hiervoor een deurdranger gebruikt maar soms worden ook andere producten gebruikt om de deur zelf te laten sluiten. Welk product of methode je ook kiest, het moet altijd succesvol getest zijn in een brandproef, als onderdeel van de gehele deur-kozijncombinatie.   

 

3. Slot en scharnieren

Afhankelijk van het materiaal van het deurblad mag je niet zomaar een slot weghalen of toevoegen ten opzichte van de geteste combinatie. Ook de plaats van het slot mag niet worden aangepast en de afmeting van de slotkast (hxbxd) en de breedte en lengte van de voorplaat mogen niet groter zijn dan getest. In veel gevallen moeten de sloten bovendien ‘ingepakt’ worden met opschuimend materiaal dat zorgt voor een koelend effect op de verwerkte metalen. Hetzelfde geldt voor de scharnieren. De afmeting van het scharnier staat in het testrapport vermeld. Een veel gebruikte maat is 3,5”x 3,5”. De afmeting van het scharnierblad mag niet kleiner worden toegepast dan oorspronkelijk getest, maar wel groter tot een maximum van 25% in lengte. Het aantal scharnieren moet minimaal gelijk zijn aan dat wat is getest en om aan het testrapport te voldoen moet het bovenste scharnier tussen de 100 en 118 mm vanuit de bovenzijde van de deur gepositioneerd zijn en het onderste scharnier tussen de 200 en 317 mm vanuit de onderzijde van de deur.

 

4. Toebehoren

Alle toebehoren die je wilt toevoegen aan de deur moeten meegenomen worden in de brandtest. Denk bijvoorbeeld aan valdorpels, ventilatieroosters, spionogen en schopplaten. Deze toebehoren moeten vermeld staan in het testrapport of toegestaan zijn volgens de uitbreiding geldigheidsgebied NEN EN 15269-3.

 

5. Deur en kozijn

De combinatie van de deur en het kozijn moeten gelijk zijn aan dat wat is getest in de brandproef. Een geteste brandwerende deur samen met een apart getest brandwerend kozijn maakt namelijk nog geen brandwerende deur/kozijncombinatie. De samenstelling en opbouw van de deur/kozijncombinatie moet gelijk zijn aan dat wat is getest. De deurdikte mag niet dunner zijn, wel dikker, tot maximaal 25%. Ook aan het type materiaal en de sponningafmeting worden bepaalde eisen gesteld. Hout en staal reageren bijvoorbeeld heel anders op brand. Het uitwisselen van kozijnen is alleen toegestaan als:  de wanddikte onveranderd blijft of toeneemt, de maat van de sponning gelijk blijft of toeneemt en verder alle details minimaal gelijk blijven (volumieke massa (densiteit), materiaaldikte, afmetingen, enzovoort).

 

6. Onderhoud en gebruik

Brandveiligheid gaat verder dan alleen het plaatsen van een brandwerende deur. Ook in het dagelijkse gebruik van het gebouw is het belangrijk dat de deuren blijven functioneren zoals oorspronkelijk bedoeld en getest. Je kunt je voorstellen dat als er een deurstopper voor de deur wordt gezet of de deurdranger kapot is, de brandwerendheid van de deur volledig teniet wordt gedaan. Daarom is het slim om minimaal één keer per jaar de brandwerende deuren te laten controleren door een specialist.

 

7. Glas

Wil je een glasopening toepassen in een brandwerende binnendeur? Dat kan, mits de deur is getest met glasopening. Voor de glasopening moeten dan speciale glaslatten en brandwerend glas worden gebruikt. Het is niet toegestaan om achteraf een glasopening in een brandwerende deur te maken. De glasopening mag eventueel opgesplitst worden in meerdere ruiten, mits het totale oppervlak van de glasopeningen niet groter is dan oorspronkelijk getest.  Ook de borstweringhoogte, stijlbreedte en bovendorpel hoogte moeten minimaal gelijk (of groter) zijn en de afstand tussen de glasopeningen onderling moet ten minste even hoog zijn als de bovendorpel.

 

8. Opschuimende materialen in deur en kozijn

In veel onderdelen van de brandwerende deur/kozijncombinatie wordt gebruik gemaakt van opschuimende materialen, ook wel zwelstrips of expanderende materialen genoemd. Deze materialen kunnen verschillende functies hebben; koelen, afdichten en druk opbouwen. Om de ruimte tussen de deur en het kozijn af te dichten worden er opschuimende materialen in de deur of in het kozijn geplaatst. De gebruikte methode moet getest zijn en vermeld staan in het testrapport. Uitwisselen of toevoegen van opschuimende materialen is niet toegestaan.

 

9. Montage in de wand

Naast de deur en het kozijn is de wand een bepalende factor voor de brandwerendheid van de totale constructie. De wand moet qua sterkte en eigenschappen minimaal gelijkwaardig zijn aan de wand waarin de deur/kozijncombinatie is getest. Steenachtige wanden (zoals beton, gipsbeton en cellenbeton) hebben veelal dezelfde eigenschappen in geval van brand. Deze typen wanden zijn in principe uitwisselbaar. Belangrijk is dat de volumieke massa en de dikte van de wanden tenminste gelijk is aan dat wat getest is. Ook de wijze van montage is een aandachtspunt, montagekozijnen en inmetselkozijnen moeten aan verschillende eisen voldoen en altijd getest zijn. Tot slot moet je letten op de hang-en sluitnaad en de ruimte boven en onder de deur. De deur moet aan de hang-, sluit- en bovenzijde maximaal een draainaad van 3 mm hebben en aan de onderzijde maximaal 6 mm.

 

10. (Na-)bewerking

Deuren mogen aan de onder-, boven- en zijkanten geschaafd worden, mits dit niet ten koste gaat van  brandwerende voorzieningen zoals opschuimend materiaal. Het is daarom slim om het opschuimende materiaal in het deurblad te verwerken. Er mag maximaal 4 mm geschaafd worden aan de hang-, sluit- en bovenzijde en maximaal 5 mm aan de onderzijde. Nabewerkingen zoals het maken van glasopeningen, ventilatieopeningen en dergelijke zijn niet toegestaan.

 

Specialistisch advies over brandwerende deuren

Bovenstaande controlepunten helpen je om brandwerende deuren op de juiste manier toe te passen. Toch kan ik me voorstellen dat het soms lastig is om een weg te vinden tussen alle regels en eisen. Als deurenspecialist kunnen wij je wegwijs maken en je helpen om de juiste deuren toe te passen. Wij kunnen je advies geven voor jouw specifieke uitdagingen. In ons Dossier Brandwerend vind je nog veel meer antwoorden op vragen rondom het toepassen van brandwerende deuren.

 

Dossier brandwerend

Sacha Peeters

Geschreven door Sacha Peeters

Commercieel medewerker

Over dit blog

In het Limburgia blog delen we tips, inspiratie en informatie over binnendeuren in de utiliteitsbouw.

Deel dit blog!

  

 

 

Meld jezelf aan voor ons blog

 

 

Laatste blogartikelen